Je krijgt straks weer een brief van de Belastingdienst over je spaargeld, en de kans is groot dat je hem net zo snel wegklikt als vorig jaar. Toch is er dit keer iets veranderd dat je portemonnee kan raken. Sinds de Hoge Raad in 2021 een streep zette door het oude box 3-systeem, mag je bewijzen dat je in werkelijkheid minder rendement haalde dan de fiscus aannam. Voor 2026 gaat dat opnieuw op, en voor het eerst reken je dat voor je aangifte 2025 gewoon mee in het normale formulier, niet meer in een los document.
Klinkt als bureaucratisch fijnproeverswerk, maar het gaat over echt geld. Wie vermogen heeft boven de vrijstelling betaalt in box 3 belasting over een verondersteld rendement, ongeacht wat er daadwerkelijk op de rekening bijschreef. Tijd om uit te zoeken of jij hier iets aan hebt.
Wat de fiscus veronderstelt en wat je echt kreeg
De Belastingdienst werkt met forfaits: vaste percentages per vermogenscategorie, los van je werkelijke resultaat. Voor 2026 gaat de fiscus voorlopig uit van 1,28 procent verondersteld rendement op spaargeld, tegen 6 procent op overige bezittingen zoals aandelen, een tweede woning of crypto. Dat overige percentage staat inmiddels definitief vast, het spaarpercentage wordt pas begin 2027 definitief bijgesteld aan de hand van de werkelijke spaarrente van dit jaar.
Het probleem zit hem in het verschil tussen die twee werelden. Heb je alleen spaargeld en kreeg je bij je bank 1,5 tot 2,5 procent rente, dan betaal je waarschijnlijk niet te veel: het forfait ligt al laag. Beleg je daarentegen in aandelen die dit jaar zijn gedaald, dan reken je zonder ingrijpen alsnog met dat vaste percentage van 6 procent over verlies. Precies daarvoor is de tegenbewijsregeling bedacht.
Zo werkt de tegenbewijsregeling in de praktijk
Was je werkelijke rendement in 2025 lager dan het forfait waarmee de Belastingdienst rekent, dan mag je dat aantonen en betaal je belasting over het echte bedrag. Werkelijk rendement is breder dan alleen rente of dividend: ook waardestijging of -daling van je bezittingen telt mee, zelfs als je niets hebt verkocht. Koop je in januari aandelen voor 10.000 euro en zijn ze in december 9.000 euro waard, dan is dat verlies onderdeel van je werkelijke rendement, ook zonder dat je ook maar één aandeel hebt verhandeld.
Vanaf de aangifte over 2025, die je vanaf 1 maart 2026 kunt indienen, gaat dit automatisch. Geef je je vermogen op zoals gebruikelijk en zit je boven de vrijstelling, dan berekent de Belastingdienst zowel het fictieve als het werkelijke rendement, en reken je met het voordeligste van de twee. Voor de jaren 2017 tot en met 2024 moest dat nog via een apart formulier, de Opgaaf werkelijk rendement, en die route bestaat voor die oudere jaren nog steeds.
Voor wie levert dit echt iets op
Hier wordt het interessant, want de tegenbewijsregeling is geen vrijbrief voor iedereen. Voor pure spaarders is het verschil doorgaans klein: het forfait op spaargeld ligt al dicht bij de werkelijke spaarrente, dus veel valt er niet te winnen. Bovendien geldt bij het werkelijke rendement een addertje: je moet daarbij naar je totale vermogen kijken zonder dezelfde gunstige uitzonderingen als bij het forfait, waardoor het verschil vaak kleiner uitpakt dan je zou hopen.
De regeling is wél de moeite waard voor drie groepen. Beleggers die in 2025 met verlies te maken kregen, betalen anders belasting over winst die er niet was. Verhuurders van een tweede woning waarvan de WOZ-waarde daalde, zitten in hetzelfde schuitje. En wie relatief veel spaargeld had maar weinig rente ontving, bijvoorbeeld door een deel van het jaar op een lopende rekening te laten staan, kan er ook baat bij hebben. Twijfel je? Reken het gewoon door voor je eigen situatie, het kost een half uur en de Belastingdienst doet de vergelijking voortaan zelf.
Wat dit betekent voor je aangifte dit jaar
Concreet betekent dit dat je bij je aangifte inkomstenbelasting 2025 vanaf maart een extra vraag krijgt zodra je boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro zit, of 118.714 euro met een fiscaal partner. Je hoeft niets te doen als je alleen spaargeld hebt en onder die grens blijft, dan verschijnt er sowieso geen bedrag. Zit je erboven, houd dan nu al bij welke aandelen, obligaties of andere bezittingen je hebt gekocht en verkocht, en tegen welke waarde ze eind december staan. Hoe beter je dat overzicht op orde hebt, hoe makkelijker de vergelijking straks uitpakt.
Wil je meer weten over hoe je spaargeld zich verhoudt tot inflatie? Lees ook waarom je salaris steeg maar je spaargeld niet. En als je toch aan het rekenen slaat, is het ook een goed moment om te zien wat je spaarrekening momenteel echt oplevert.
Waarom dit nu meer aandacht verdient
Box 3 blijft voorlopig een lapmiddel. Een structureel stelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland, maar de invoering is inmiddels uitgesteld tot op zijn vroegst 2028. Tot die tijd blijft de tegenbewijsregeling de enige manier om te voorkomen dat je meebetaalt aan een rendement dat je nooit hebt gemaakt. Dat klinkt misschien als iets voor je boekhouder, maar het kost je hooguit een avond aan uitzoekwerk en kan je bij een slecht beleggingsjaar honderden euro's schelen. Net als bij de overstap naar je eigen pensioenpotje, geldt hier: hoe eerder je snapt hoe het systeem werkt, hoe minder verrassingen je achteraf tegenkomt. Zet dus nu al een aantekening in je agenda voor 1 maart, en check dan zelf of het voor jou verschil maakt in plaats van te wachten op een brief die misschien nooit komt.
Meer weten over de precieze regels? De Belastingdienst houdt op deze pagina over werkelijk rendement alle actuele voorwaarden bij.