Gear & Gadgets

De dunste powerbanks van dit moment (en welke je moet kopen)

· 5 min leestijd

Je telefoon is leeg, je staat op het perron en je powerbank past niet eens fatsoenlijk in je broekzak. Herkenbaar? De nieuwe generatie ultraplatte powerbanks lost dat probleem eindelijk op. Met diktes van nog geen 7 millimeter zijn ze dunner dan de meeste smartphones en passen ze letterlijk in je portemonnee.

Waarom dikte er ineens toe doet

De afgelopen jaren was de focus bij powerbanks vooral op capaciteit. Hoe meer mAh, hoe beter, ongeacht het formaat. Maar nu telefoons steeds efficienter worden en draadloos opladen de standaard is, verschuift de prioriteit. Je wilt geen baksteen in je tas. Je wilt iets dat je vergeet dat je bij je hebt, tot je het nodig hebt.

De doorbraak komt door semi-solid-state batterijtechnologie. Die maakt het mogelijk om meer energie in een dunnere behuizing te proppen, zonder dat het ding oververhit raakt. Merken als BMX, Anker en Baseus vechten nu om de titel "dunste powerbank ter wereld" - en de consument profiteert.

BMX SolidSafe Air: de dunste die je kunt kopen

Met slechts 6,8 millimeter dikte is de BMX SolidSafe Air op dit moment de dunste Qi2-powerbank op de markt. Het ding is gemaakt van titanium, weegt bijna niks en levert 15W draadloos opladen via MagSafe. De capaciteit van 5.000 mAh is genoeg voor een volledige lading van de meeste smartphones.

De prijs van rond de 59 euro is stevig voor een 5.000 mAh-model, maar je betaalt voor het formaat en de bouwkwaliteit. Als je een iPhone-gebruiker bent die altijd de nieuwste tech draagt, is dit je beste optie.

Anker Nano en Baseus PicoGo: de middenmoot

Niet iedereen heeft de allerdunste nodig. De Anker Nano (8,6 mm) en Baseus PicoGo (7,6 mm) bieden een prima balans tussen formaat en prijs. De Anker kost rond de 50 euro en heeft het voordeel van Ankers klantenservice en garantie. De Baseus is iets dunner en vaak wat goedkoper te vinden.

Beide modellen ondersteunen Qi2 en USB-C snelladen. Voor dagelijks gebruik, een weekendje weg of gewoon als noodoplossing in je jaszak zijn ze meer dan voldoende. Wie liever investeert in gadgets die je echt dagelijks gebruikt, zit met deze twee goed.

Baseus Blade Pro: voor wie meer vermogen wil

Heb je een laptop die je ook onderweg wilt opladen? Dan is de Baseus Blade Pro de enige serieuze optie in het platte segment. Met 20.000 mAh en 100W output laad je niet alleen je telefoon drie tot vier keer op, maar breng je ook een MacBook Air terug naar volle kracht.

Het nadeel: met een dikte van ongeveer 20 millimeter is hij beduidend dikker dan de ultracompacte modellen. Maar voor een 20.000 mAh-powerbank is dat alsnog opvallend slank. Vergelijk het met de traditionele powerbanks die je in je rugzak meesleept, en je snapt het verschil.

FLEXTAIL Zero: de lichtste optie

De FLEXTAIL Zero richt zich op een ander publiek: outdoor-enthousiastelingen en minimalisten. Met een gewicht van slechts 145 gram en een dikte van 9,9 mm is het de lichtste 10.000 mAh-powerbank die je kunt vinden. Twee keer je telefoon opladen terwijl je hem nauwelijks voelt in je hiking-broek.

De snellaadsnelheid is iets lager dan bij de BMX of Anker, maar voor kampeertrips of een lange dag op pad is dat zelden een probleem. In combinatie met goede oordopjes heb je een perfecte reiskit.

Welke moet je kiezen?

Het hangt af van wat je ermee wilt:

  • Dagelijks in je broekzak: BMX SolidSafe Air (6,8 mm, 5.000 mAh) - de dunste, maar beperkte capaciteit
  • Beste prijs-kwaliteit: Baseus PicoGo (7,6 mm, 5.000 mAh) - bijna net zo dun, minder duur
  • Laptop opladen: Baseus Blade Pro (20 mm, 20.000 mAh, 100W) - voor serieuze stroomvreters
  • Outdoor en lichtgewicht: FLEXTAIL Zero (9,9 mm, 10.000 mAh, 145 gram) - de perfecte reisgenoot

Eén ding is zeker: de tijd van lompe powerbanks die je halve tas in beslag nemen is voorbij. De huidige generatie is compact genoeg om altijd bij je te dragen, en krachtig genoeg om je door de dag te slepen. Geen excuus meer voor een lege telefoon.

T
Geschreven door Thijs Wielinga Tech & gadget redacteur

Thijs koopt gadgets sneller dan hij ze kan reviewen en heeft een la vol kabeltjes waarvan hij niet meer weet waar ze bij horen. Vroeger werkte hij als IT-consultant, nu schrijft hij liever over tech dan dat hij helpdesks bemant. Zijn vriendin noemt zijn kantoor een elektronicakerkhof. Hij noemt het research.